Aantekeningen
Treffers 101 t/m 150 van 531
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 101 | beroep bij volkstelling | DELEU, Pieter Jacobus (I4396)
|
| 102 | Beroep opgegeven in het militieregister | BRUYNOOGHE, Amandus (I18)
|
| 103 | Beveren bij Roeselare | HUBRECHT, Jean (I829)
|
| 104 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | OPSTAELE, Peter (I3822)
|
| 105 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | OPSTAELE, Peter (I3822)
|
| 106 | Bezembinder | VEREENOOGHE, Petrus Joannes (I2193)
|
| 107 | bidprentje | DE BLONDE, Bertha Maria (I1604)
|
| 108 | Bij de telling uitgevoerd en genoteerd door de pastoor van Reningelst in 1725 heet zij Maria De Smit. Uit dezelfde telling blijkt ook dat Franciscus Leuridan en Maria-(Francisca) De Smit toen al getrouwd waren en woonden te Reningelst, wat we bevestigd vinden in de doopakten van hun eerste kinderen. In 1731 zullen ze verhuizen naar Dikkebus waar ze een pachthoeve betrekken en die ze in 1739 zullen aankopen : onze voorvaderlijke Hoeve Leuridan. (Cfr. ons boek : De Hoeve Leuridan te Dikkebus, 1731-1891; uitgave Associatie Leuridan, Kortrijk 1993.) Haar naam wordt Desmet gespeld. | DESMET, Maria Francisca (I2313)
|
| 109 | bij de volkstelling in 1748 wordt bij zijn 'hantwerck' / beroep geschreven: armen besemmaecker Ghebruyck van lande: 1 : 1 : 3 | VERSLYPE, Petrus Elias (I1399)
|
| 110 | Bij meubelgalerijen Breughel te Torhout op de diens facturatie | DEPREZ, August Antoine Marie Irma (I3)
|
| 111 | Bij pluimveeslachterij Lammens als bijverdienste | DEPREZ, August Antoine Marie Irma (I3)
|
| 112 | Bij zijn peterschap over Maria-Anna Leuridan, oudste kind van zijn broerFranciscus, wordt gezegd dat hij, Arnoldus, ex Boeschepe is(PR-Reningelst 1726 p.112). Bij de doop van het tweede kind vandiezelfde broer Franciscus, Josephus Franciscus (PR-Reningelst 1729p.127), is Maria-Francisca Tavernier meter, vrouw van Arnoldus Leuridan.Ook van haar wordt gezegd ex Boeschepe te zijn. Vraag is : duidt ditLatijns partikeltje "ex" er hier op dat ze beiden, Arnoldus en zijn(eerste) vrouw Maria-Francisca, daar geboren zijn? Of wonen ze erslechts? Een sluitend antwoord kunnen we niet geven. Het Latijnse "ex"(= uit) kan zowel geboorteplaats (plaats van afkomst) als woonplaats(plaats van herkomst) betekenen. Wat we wel met zekerheid weten is dathij, Arnoldus, in zijn tweede huwelijk, met ene Maria-Anna Caesestecker,minstens een tijd lang te Voormezele woonde of verbleef; zijn zoon uitdat tweede huwelijk is daar geboren. | LEURIDON, Arnoldus (I2304)
|
| 113 | Bijzondere, overleden bij Augustus Stubbe thuis. Zijn vrouw woont te Roxem, Oudenburg. | VANDEVELDE, Pieter Jacobus (I818)
|
| 114 | Blanckaert | DECAP, Joannes Andreas (I1187)
|
| 115 | Bleef, waarschijnlijk samen met zijn moeder, ook na het verlaten van de"ouderlijke hoeve" te Dranouter (1723-1724), steeds inwonen bij zijn broer Franciscus, eerst te Reningelst (1725), later (1731) te Dikkebus.Te Dikkebus was hij zelfs mede-eigenaar van de hoeve (vanaf 1739) met broer Franciscus. Zie daarover meer in het boek "De Hoeve Leuridan te Dikkebus, 1731-1891". Hij is ongehuwd gebleven. Ongehuwd. 80 jaar. | LEURIDON, Joannes Baptista (I2312)
|
| 116 | Bloedgroep A+ | DECAP, Margueritte Marie (I1166)
|
| 117 | blz 1127 | KINTS, Rochus Franciscus (I1560)
|
| 118 | blz 1706 | Gezin: Joannes Baptiste BRUYNOOGHE / Maria Godelieve BORRA (F21)
|
| 119 | Boerderij 't Oosthof | JONCKHEERE, Joannes Baptista (I4865)
|
| 120 | Boerendienstknecht | BULCKE, Angelus Albertus (I1426)
|
| 121 | Broodbakker | SWANCKAERT, Prosper (I4967)
|
| 122 | Brouwer | FAICT, Hendricus Josephus (I1121)
|
| 123 | brouwer op de abdijhoeve | STUBBE, Philippus Jacobus (I816)
|
| 124 | Brugge | Gezin: Désiré DECAP / Hélène Julie Marie CONTENT (F463)
|
| 125 | BS akte nr 22 | DEPOORTER, Carolus Ludovicus (I2505)
|
| 126 | Café De Congo | MISSEEUW, Henricus (I610)
|
| 127 | Café De Nachtegaal | MISSEEUW, Henricus (I610)
|
| 128 | caporal dans la quatrième compagnie des grenadiers de la première légion de la Garde Nationale d' Elite deuxième bataillon en garnison à Dunkerke | VERMEERSCH, Charles Nicolais (I6464)
|
| 129 | Carolus was landbouwer. De knecht was Huyghe Jean, 49 jaar. | BRUYNOOGHE, Carolus (I51)
|
| 130 | Charles was huisbewaarder van de Boterhalle voor Stad Diksmuide (concierge) | BRUYNOOGHE, Charles Louis (I5)
|
| 131 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | BRUYNOOGHE, Christine Annie Maria Cornelia (I2)
|
| 132 | Clauw Alois, tweede van links | CLAUW, Aloysius (I39)
|
| 133 | Corneille Van Hille, majeur avant 1533, franc hôte à Ichtegem, tenait trois fifs à la cour féodale de Zuuthof à Couckerlaere, maguillier et notable à Ichtegem ou il décéda en 1569. Il épousa Jeanne Lammeloot, fils de Jean, laquelle il tenait trois fiefs de la cour Féodale de S'landsheerenwal, et il décéda 1542. Ils eurent 8 enfants, qui eurent comme tuteurs, lors du décés de leur mère, Pierre Lammeloot, fanc hôte à Aertrijcke, et Martin Van den Berghe, franc hôte à Ichtegem. | VAN HILLE, Cornelius (I3467)
|
| 134 | Crabbe Maria Catharina was in 1760 te Klerken begraven met een uitvaartdienst met drie lezingen (cum officio trium lectionem), wat betekent dat het gezin maatschappelijk eerder tot de lagere klasse kon gerekend worden | CRABBE, Maria Catharine (I1400)
|
| 135 | crematie, begrafenis Sint-Juliaan, Langemark | ROELENS, Maria (I4492)
|
| 136 | Cyriel werd verminkt na Wereldoorlog 1 ('14 - '18) van een bom bij het afkloppen van de koperband. Hij was een been kwijt en geschonden aan handen en aangezicht. Tijdens Wereldoorlog 2 ('40 - '45) kreeg hij van de Duitse bezetter een nieuw been waarmee hij terug kon wandelen. | GADEYNE, Cyrille (I1193)
|
| 137 | Dagloner | VANSTAEN, Pieter Ignatus (I3385)
|
| 138 | De laatste kooiman van het kasteel de Blankaart in Woumen. Hij volgde er zijn vader Désiré op. André Decap stopte met kooien nog voor het wettelijke verbod in 1972. Dit was,omstreeks 1958-1959. André Decap was ook één van de laatste getuigen van de visserstraditie van de bewoners van de Rhille en de Vijfhuizen. Hij vertelde dat voor de 1ste wereldoorlog zijn grootvader Valentin en zijn vader Désiré wekelijks een kruiwagen vis leverden aan de vismijn te Ieper. Zij bewaarden en vervoerden de vis in een beun, een halve ton van 50 liter, die zij haalden in de brouwerij van Merkem. In het deksel boorden zij luchtgaatjes. Bron : Bijdragen tot de geschiedenis van Woumen, J. Vlamynck, 1983 | DECAP, André Maurice (I1188)
|
| 139 | De molen op de Congowijk of de Molen Opstaele was een houten korenwindmolen. De staakmolen stond in de Langekoestalstraat, op 1,6 kilometer ten zuidoosten van de kerk van Leffinge. Hij werd opgericht in 1847 mits toelating van de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen op 25 augustus 1842 aan Carolus Opstaele, molenaar te Leffinge, op grond van Frans Joos uit Brugge. De gemeentebestuur van Leffinge had op 30 juni 1842 een gunstig advies gegeven "tot het opregten van een kleynen Koornwindmolen "die" door zijn kleynte alleenlijk maer geschikt is om te maelen voor zijn eygen gebruyk..."en die" zal worden geplaetst op de hofplaetse van de verzoeker, wiens huys geheel afgezondert is van de andere huyzen". Nochtans was de staakmolen helemaal niet zo klein, zoals uit de aanvraag bleek. Blijkens een bewaarde foto had hij een normale grootte! Oprichter was landbouwer Carel Opstaele (°Slijpe, 1770 - +Leffinge 1852), gehuwd met Marie Pattyn (°Gistel, 1795 - +Leffinge 1884). Het perceel was met de hofstede eigendom van Frans Joos-Imbert, rentenier te Brugge. Deze hofstede werd bij de verdeling in 1858 aan August Joos de ter Beerst, onderzoeksrechter te Gent aanbedeeld. Het echtpaar Carel Opstaele-Pattyn had een dochter en vier zonen, waarvan drie zonen molenaars: Franciscus (°1821), Jacobus (°1822) en Henricus (°1829). Francis Opstaele trouwde in januari 1859 met Clemence Strubbe. Hij vestigdezich als timmerman, eerst op de wijk Schaerbeek, daar aan de Dorpsstraat (huis van Victor Lingier in 1982°. Jacobus Opstaele trouwde in mei 1859 met Virginia Rotsaert en werd landbouwer op een hofstede nabij het Lang Koeistal te Leffinge. Henricus bleef als molenaar-landbouwer de hofstede en de molen uitbaten. De enige dochter Roasalie Opstaele huwde met Henri Osaer, landbouwer op het Lang Koeistal. Na het overlijden van Hendrik Osaer ging haar broer Pieter Opstaele (Leffinge, 1838-1926) de pachthoeve LangKoeistal uitbaten. Hij is de stamvader van de familie Opstaele, die heden nog deze hofstede, de grootste van Leffinge, uitbaat. Op eenvolgende eigenaars: - 1847, opbouw:Opstaele-PattynCarolus, molenaar te Leffinge(op grond van Joos-Imbert Frans,eigenaar te Brugge) - later,erfenis (van de grond): Joos-Imbert Frans, deerfgenamen (overlijden van Frans Joos) - later,erfenis:(van het gebouw): Opstaele-Lamote François, de weduwe en de kinderen, te Leffinge(overlijden van Carolus Opstaele) - 7.08.1858, deling:(van de grond):Joos de ter Beest August, onderzoeksrechter te Gent (notaris Debusschere) - 29.08.1879, deling (van de grond):Limnander de Nieuwenhove) Joos de ter Beest Albertus Victor,eigenaar te Pittem(notaris Van der Beke) - 22.10.1881,erfenis:(van het gebouw) Opstaele-Pattyn Charles, de weduwe en de kinderen - 27.06.1882, verkoop (van het gebouw) Opstaele Henricus Josephus, molenaar te Leffinge (notaris Boutens) - 28.05.1900,erfenis:(van de grond) Joos de ter Beest ) de Bie de Westvoorde Eugeen CamielJos Maria,eigenaar te Pittem (overlijden van Albertus). - 1902, openbare verkoop (van de boerderij) De staakmolenwerd begin 1902 gesloopt, toen de landbouwers Henri Devriendt-Louise Depoorter (°1868)zich op deze hofstede kwamen vestigen. In 1982 werd deze hofstede(Langkoestalstraat nr. 8) uitgebaat door de kleinzoon, landbouwer Julien Devriendt-Janssens Dionysiaen thans (2015) door P. Devriendt. We vinden de molen niet meer vermeld in een akte van 13 februari 1902. Hij werd overgebracht naar de Zevekotesteenweg (zie:Leffinge, Zevekotewegmolen) | OPSTAELE, Carel Alexander (I553)
|
| 140 | De molen werd opgericht in 1847 mits toelating van de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen op 25 augustus 1842 aan Carolus Opstaele, molenaar te Leffinge, op grond van Frans Joos uit Brugge. De gemeentebestuur van Leffinge had op 30 juni 1842 een gunstig advies gegeven 'tot het opregten van een kleynen koornwindmolen' die ' door zijn kleynte alleenlijk maer geschikt is om te maelen voor zijn eygen gebruyk' en die ' zal worden geplaetst op de hofplaetse van de verzoeker, wiens huys geheel afgezondert is van de andere huyzen'. De staakmolen was helemaal niet zo klein maar eerder van een normale grootte. | OPSTAELE, Carel Alexander (I553)
|
| 141 | De overlijdensakte van Joseph Clauw werd op 29 juli 1908 overgeschreven in de register van de burgerlijke stand van Brugge. | CLAUW, Joseph Albert Maria (I6892)
|
| 142 | De tekst in het document "Rekeninge purgative Marie Borra echtgenote Bruynooghe Joannes" is een 18e-eeuws (1776-1780) juridisch-administratief stuk in oud Nederlands Het gaat om een boedel- of erfenisafrekening ("rekeninge purgative") na het overlijden van Marie Borra, echtgenote van Joannes Bruynooghe, in de parochie Torhout (onder het Land van Wijnendaele). Het betreft een boedelverdeling na het overlijden van Marie Borra, vrouw van Joannes Bruynooghe (zoon van Cornelis Bruynooghe). De afrekening werd voor de schepenbank van Wijnendaele gepresenteerd en afgesloten op 6 mei 1778. De tekst is opgesteld door de griffier J. Moke en later geverifieerd door de ambtenaar Coutteau. Familie en erfgenamen De overledene liet zes kinderen na: Elias Bruynooghe – huwde met Anna Theresia Cool (Torhout) Pieter Bruynooghe – huwde met Anna Borra (Torhout) Joannes Bruynooghe – jongeman te Kortemark Helena Bruynooghe – gehuwd met Pieter De Ruijter (Kortemark) Carel Bruynooghe – ±22 jaar oud Theresia Bruynooghe – ±20 jaar oud De minderjarige wezen (Carel en Theresia) hadden als voogden: Pieter Bruynooghe (vaderlijke zijde) Elias Bruynooghe (moederlijke zijde, na overlijden van Pieter Borra) ?? Inhoud van de afrekening De "rekeninge purgative" somt alle activa (baeten) en passiva (lasten) van de nalatenschap op: Activa / baeten: Landen, hofsteden en leengronden in Torhout en Kortemark Opbrengst van verkopen en vendities (veiling van meubels, vee, hout, enz.) Huurinkomsten en opbrengsten uit "boomcatheijlen" (houtopstanden) Diverse betalingen en voorschotten aan kinderen ("advancementen") Totale baten: ongeveer £738-14-8 Vlaams courant Passiva / lasten: Schulden en obligaties aan o.a. Pieter Volckaert, Carel Bruynooghe, Daniel Freijne, Lodewijck Denijs, enz. Vergoedingen voor aangekochte leengronden ("coopschat") Gerechts- en administratiekosten Rente en achterstallige betalingen Totale lasten: ongeveer £1192-5-3 De lasten overstegen de baten met £453-10-7, wat betekent dat de nalatenschap schulden had. Geschil en schikking Er ontstond een conflict tussen de erfgenamen over de vergoeding van de aangekochte leengronden ("coopschat") en de waarde van hout op het land. Een transactie (schikking) werd bereikt op 8 oktober 1778 in Torhout. Elias Bruynooghe moest aan zijn mede-erfgenamen £300 courant betalen. In ruil werd hij ontslagen van verdere verplichtingen. De overeenkomst werd goedgekeurd door de oppervoogden op 28 oktober 1778. Slotbepalingen De rekening werd beëdigd, gecontroleerd en gesloten in 1780. Het document vermeldt de kosten van de afrekening (zegels, schrijfgeld, auditiekosten, enz.) en besluit met de bevestiging dat Joannes Bruynooghe deze kosten heeft betaald. Samenvattend Het document is de officiële boedelafrekening van Marie Borra (†1776), vrouw van Joannes Bruynooghe, opgesteld in Torhout (Wijnendaele) tussen 1776 en 1780. Het beschrijft de verdeling van goederen, schulden en erfenis tussen de zes kinderen, inclusief juridische geschillen, leengoederen, rentebetalingen, en administratieve afwikkeling. De nalatenschap bleek negatief te zijn, en een minnelijke schikking werd getroffen om verdere rechtszaken te vermijden. | BORRA, Maria Godelieve (I54)
|
| 143 | DEATH7 Apr 1957 (aged 77) Ponoka, Red Deer Census Division, Alberta, Canada BURIAL Forest Home Cemetery Ponoka, Red Deer Census Division, Alberta, Canada Show Map PLOT4, 112 MEMORIAL ID144080993 https://www.findagrave.com/memorial/144080993/theophile-c_f-opstaele | OPSTAELE, Theophiel Carolus Franciscus (I45)
|
| 144 | Deed vrijwel alle kermiskoersen aan in het rond. Fervent supporter | DEPREZ, Cyrille Achille (I426)
|
| 145 | Désiré Decap was kooier op het kasteel de Blankaart in Woumen. Hij volgde zijn stiefvader Valentin Decap op. Zijn zoon André zal op zijn beurt het werk overnemen | DECAP, Désiré (I1176)
|
| 146 | dia 24 octobris 1686 contractum matrimonium proclamatis tribus bannis petrus pauwels et adriana nave coram pastoris et leonardo loonis et michaele nave testibus | Gezin: Petrus Franciscus PAUWELS / Adriana NAVE (F1320)
|
| 147 | Dijkwachter van de Groote West-Polder | OPSTAELE, Henri Louis (I4321)
|
| 148 | Dochter van Carolus, koemelker en Marie Pattyn koemelkster. 29.11.1855: intrede bij de zusters van de heilige Vincentius a Paulo te Roeselare. 03.09.1857: professie onder de naam Theresia. 1891: zij geeft les keukenpraktijk. bron: ODIS | OPSTAELE, Joanna Theresia (I554)
|
| 149 | Doop: PRD Huwelijk: PRH blz. 109 Begrafenis: PRB blz. 810 | INGHELBRECHT, Jaquemynke (I4824)
|
| 150 | doopakte19-08-1712 blz0624 | NALLO, Andreas (I2702)
|
